EMC op de kaart bij de ‘nota frequentiebeleid 2016’

dkars-logoHet huidige Nederlandse frequentiebeleid is gebaseerd op de nota frequentiebeleid 2005. Deze nota is recentelijk geëvalueerd door KWINK groep, een extern onafhankelijk bureau. De conclusies en aanbevelingen van de evaluatie, en onderzoek naar (onder meer) de impact van het Internet Of Things, vormen het startpunt voor het formuleren van nieuw beleid.

Het ministerie van Economische Zaken (EZ) gaat een visie ontwikkelen op de toekomst van het frequentiebeleid en wil daar alle stakeholders graag bij betrekken. DKARS-adviseur Peter (PA8A) heeft deelgenomen aan een aantal zogenaamde ‘tafels’ ter voorbereiding op hierboven genoemde nieuwe nota frequentiebeleid 2016 die in september/oktober van dit jaar moet uitkomen.

In de nieuwe nota wordt de EMC problematiek voor het eerst als een zelfstandig item besproken en ook aangegeven welk beleid er op zal worden losgelaten in de toekomst. Dit moet als een stevige stap voorwaarts worden beschouwd die in een zeer kort tijdsbestek voor een groot deel van de DKARS-activiteiten te danken is. Daarnaast heeft de belangenbehartiger via dit overleg ook de nodige andere steakholders kunnen wijzen op de huidige EMC problematiek en daarbij nu ook de nodige medestanders gevonden.

Met het in de nota vermelden van de EMC problematiek zijn de amateurfrequenties nog niet storingsvrij natuurlijk, maar er is al wel een belangrijke eerste stap gezet. DKARS zal u verder op de hoogte stellen van de ontwikkelingen op dit front.

7 antwoorden
  1. Frank Veldhuijsen
    Frank Veldhuijsen zegt:

    Het is een goede zaak dat de EMC problematiek in algemene lijnen wordt besproken.

    Het is bekend dat het Agentschap Telecom in een aantal specifieke situaties onderzoek heeft gedaan naar man-made noise; al dan niet met goed resultaat voor diegene die de melding heeft gedaan.

    Echter de langzame toename van het totale ruisniveau op de banden door de cumulatieve optelsom van stoorbronnen van allerlei aard (plasma-tv, schakelende voedingen, LED-lampen, zonnepanelen enz.) begint zo langzamerhand een veel groter probleem te worden dan de man-made noise die door een stoorsignaal direct aanwijsbaar is.

    Bovendien wordt er bij deze problematiek vrijwel altijd naar de HF-banden gekeken terwijl dit, bijvoorbeeld in mijn specifieke situatie, ook van toepassing is op de 144 MHz band.

    Wanneer ik de huidige situatie bekijk t.o.v. een aantal jaren geleden dan is het ruisniveau zeker 10-12 dB hoger en zwakke signalen worden volledig gemaskeerd door deze ruis. Pas wanneer de antenne meer dan 20 graden wordt geeleveerd begint het ruisniveau af te nemen. Dag weak-signals …….

    Ik ben beslist niet de enige die hier mee te maken heeft; het merendeel van de op VHF actieve DX-ers (en dan met name diegene die in stadsomgevingen woonachtig zijn) ervaren dezelfde problematiek. Op de landelijke radiovlooienmarkt in Rosmalen sprak ik er een aantal en allen ervaren dezelfde problematiek.

    Natuurlijk zou ik een gedeelte van de problemen zelf kunnen oplossen. Met een portofoon ga ik de volledige wijk door en bij ieder huis waar ik een verhoogd stoorniveau constateer ga ik opletten of de lampen aangaan, de TV aan/uit, de mensen op vakantie gaan en welke gevolgen dat heeft. Met de Yagi beam ik alle plasma-TV’s uit en ga de strijd aan met de fabrikant die de TV heeft geproduceerd en trotseer de boze blikken van de betreffende persoon en mijn eigen vrouw welke de situatie onhoudbaar begint te vinden omdat mijn strijd tegen de man-made noise paranoïde vormen begint aan te nemen.

    Feit is dat het probleem door de veroorzaker (lees de consument van product “X”) onbewust wordt veroorzaakt en dat veel producten gewoonweg niet goed gemaakt zijn en uit commerciële overwegingen van fabrikanten onderdelen of ontwerpen worden toegepast die individueel misschien wel aan de eis voldoen maar door hun cumulatieve optelling wel een probleem veroorzaken.

    Mijn voorstel is om de individuele eisen van een product dusdanig aan te passen dat de cumulatieve optelling voldoet aan de norm. Wanneer er is een straal van 100 meter dus bijv 250 LED-lampen zijn, dan zou dus de individuele eis van 1 LED-lamp 1/250 moeten zijn van de norm zoals die momenteel gebruikt wordt. Ongetwijfeld een uitdaging voor de fabrikant maar ook een uitdaging voor de amateurverenigingen om dit bespreekbaar te maken.

    Frank Veldhuijsen,
    PA4EME

    Beantwoorden
    • Rob
      Rob zegt:

      Je moet ook blijven bedenken dat je als zendamateur wel kunt roepen dat het ontoelaatbaar is dat het
      ruisnivo 10dB stijgt, maar dat dit voor de rest van de samenleving nog maar de vraag is. Wellicht is die
      wel bereid om een 10dB hoger ruisnivo te accepteren als daar een 10dB lagere energieconsumptie
      tegenover staat. En energie is wellicht voor de maatschappij belangrijker dan zendamateurs.

      (er zijn al zendamateurs die het probleem opgelost hebben door de hele dag alleen maar over energie
      te leuteren op de landelijke repeater die nog wel boven de ruis uitkomt)

      Beantwoorden
  2. Fred
    Fred zegt:

    Ik maak me meer zorgen over de vaak genoemde commerciële en economische belangen, en vraag me dan af of de gewone man en zendamateur daar enig profijt van heeft. Ik ben bang dat alleen de grote bedrijven en kapitaal krachtige hier profijt van hebben.

    73 Fred

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!